|
Een week of twee later dan de meeste media, en voor de verandering eens niet samengesteld uit oud materiaal, is hier mijn jaaroverzicht 2009. Alle hoogte- en dieptepunten op een rijtje; beleef de mooiste momenten nog een keer, maar deel ook al het verdriet, het lijden en de pijn! Compleet oninteressant voor het brede publiek, okee, maar desalniettemin vaak erg verhelderend voor de samensteller zelf.
2009 was welbeschouwd een goed jaar. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat 2009 voor mij het Jaar van de Sprong was. De sprong van goed naar beter, van wel aardig naar okee, van demarrages met 53 per uur naar demarrages 58 in het uur. Als 2008 veelbelovend was, dan was 2009 de bevestiging, al was dat aan de resultaten niet altijd af te zien. In bijna alle wedstrijden die ik in mijn agenda had aangestreept reed ik vooraan mee, en voor het feit dat dat niet altijd in de uitslag terug te vinden was, heb ik een paar hele goeie excuses. (Nu ik er nog wat beter over nadenk; misschien was 2009 toch meer het Jaar van de Excuses.)
In een notendop: in mijn eerste officiële wedstrijd (de ploegentijdrit van de clubcompetitie) was ik een van de grotere motoren, wat bijdroeg aan een vierde plek en een etentje voor de ploeg. (De ploegleider zag ons de topvijf nog niet halen en loofde een diner voor het hele team uit.) Daags daarna werd ik tweede in de Fiets Challenge. Doel behaald, tactisch goed gereden, veel hulp van de ploeg gekregen, enige excuus: Thijs Al. Twee weken later een tweedaagse in de buurt van Bordeaux tussen grote ploegen als Nantes Atlantique en de opleidingsploeg van Katusha. Na een goede tweede etappe (14e) werd ik 18e in het eindklassement. Excuus: bij het terugschakelen op de laatste klim in de finale liep mijn ketting eraf, wat me zowel in de etappe als in het klassement een mogelijke toptien-klassering kostte.
Dan het dieptepunt van het seizoen; valpartij in de Ronde van Limburg bij het ingaan van de finale. Had ik deze zware koers in stromende regen uitgereden, dan had me dat een startbewijs op het NK voor de profs opgeleverd. Had, had, had... Vallen is uiteindelijk ook gewoon een gebrek aan vorm dat je meestal aan jezelf te wijten hebt. Dat is trouwens meteen een reden om niet al te veel medelijden onze kwetsbare nationale held Robert Geesink te hebben. Ik weet niet of ik nu citeer uit een van de vele niet-zelfgeschreven autobiografieën van Lance Armstrong, maar kampioenen vallen niet. (Citaat of niet - dat Armstrong bij zijn rentree door een valpartij zijn sleutelbeen brak is in dat opzicht veelzeggend. En Geesink zal toch echt op zijn fiets moeten blijven zitten, wil hij ooit een grote ronde winnen – zoveel is zeker.)
Mijn eigen valpartij zorgde er evenwel voor dat de opbouw naar de Marmotte in het water lag en dat ik niet kon starten in de Trois Ballons, een cyclo in het middengebergte die mij in theorie beter ligt dan wedstrijden in het hooggebergte. De vorm bleef echter goed, ik won zelfs nog een lokale tijdrit; de meeste hinder ondervond ik uiteindelijk van de vleeswond op mijn heup, die zelfs een maand tijdens de Marmotte-week later nog niet dicht was. (Dit lijkt me een gepaste plek om mijn excuses aan enkele van mijn teamgenoten aan te bieden, die mogelijk blijvende schade hebben opgelopen door de aanblik van een halfnaakte, scharminkelige jongeman die zich bij tijd en wijle in half opgerolde boxershorts door Villa Veltec bewoog.)
Over de Marmotte-week kan ik kort zijn: ik was beter dan de achtste plek (en officieel zelfs elfde plek) die ik in de Marmotte behaalde. Een moment van onoplettendheid (en een moment van hypernervositeit bij teamlid Oege, zo bleek achteraf) in het Maurienne-dal sloeg me terug tot een plek achterin de topdertig en het was alleen te danken aan een late opleving op de Alp (dankjewel Richard!) dat ik alsnog de toptien binnenreed. Algemeen gevoel: er had meer ingezeten. De vijfde plek in de Prix des Grand Rousses, op 2,5 minuut van winnaar Dekker, was wat dat betreft meer representatief voor mijn fysieke kunnen. Maar opnieuw: ook onoplettendheid is een gebrek aan vorm. (Zie ook: Contador in de waaier-etappe naar La Grande Motte.)
De mooiste koers (na de Fiets Challenge dan toch) volgde twee weken later. Ik was nog onvoldoende hersteld van de Alpen, ook dankzij een zware klassieker in België die ik “nog even" had meegepakt, maar reed in de Etape du Tour samen met Frederic een prachtige wedstrijd. Vanuit de achterhoede rukten we, aanvankelijk ook met dank aan de dijen van Charles, op het weinig selectieve eerste deel van het parcours (vier colletjes van derde en vierde categorie) door slim en aanvallend te rijden op naar een plek in de tophonderd. Dat Frederic mij op de flanken van de Ventoux uiteindelijk passeerde deed pijn, dat geef ik meteen toe, maar ik had een excuus: riante zelfoverschatting. Het was gewoon niet zo slim om een beklimming van bijna anderhalf uur op alleen een bidonnetje water te willen rijden. Sterker nog; het was een open invitatie voor de Man met de Hamer. En die ging er grif op in.
Dan tot slot het sluitstuk:de Criquelion. Om mijn vierde plek van 2008 te verbeteren moest ik op het podium eindigen. Zelfs na een krampaanval (= het excuus) had ik daar nog zicht op, maar helaas werd ik nog geen tien kilometer voor de finish opgeveegd door een treintje van meer verstandige renners, die hun krachten beter verdeeld hadden. Het lot van de vluchter, kortom. Een tijdrit in de polder (waar ik onverwacht voor een aantal districtskampioenen finishte) en een sterk NCK verzachtten de pijn. En gaven meteen een heldere richtlijn voor de planning van 2010: toch maar eens proberen om me te plaatsen voor het NK tijdrijden. (Dat deze wedstrijd voor specialisten en mafkezen in 2010 net als het NK op de weg apart verreden wordt voor elite met- en elite zonder contract maakt meedoen alleen maar interessanter.)
En nu? Hoe wordt 2010? Op de blogs van mijn teamleden lees ik schrikbarende verhalen. “Drie uur op de hometrainer”, “toch maar even vier uur de sneeuw ingegaan”, “vandaag een pyramide-spelletje op de Powerbeam gedaan”. Gelukkig heb ik voor 2010 een nieuw excuus. Want dat ik dit artikel nu pas schrijf omdat ik daar wekenlang geen puf voor had (en dat ik het doe met een baby op de arm) zegt veel over mijn aspiraties voor 2010, vrees ik. Begin november is mijn zoontje Flink geboren, en hoe veel waarschuwingen ik vooraf ook gekregen heb, het wordt steeds duidelijker dat ik mezelf toch opnieuw riant heb overschat, en dat mijn twee kleine kinderen dit seizoen de meest bepalende factor in mijn trainingsschema zullen zijn.
Maar ach, ik herinner me niet dat ik ergens in het oeuvre van Armstrong de uitspraak “kampioenen hebben geen kinderen” heb gelezen. We zullen zien. |